Kevin

Kevin wordt aangemeld door zijn moeder. Het is een lange, stille, jongen van 14. Hij slaapt slecht en heeft vaak huilbuien, ook op momenten dat hij dat liever niet heeft. Soms komt het op school en dan schaamt hij zich zo.

Kevin wil liever dat zijn moeder eerst alleen met mij praat.

Tijdens dit gesprek vertelt zij over de verandering die ze zag bij Kevin na de scheiding. Hij werd passiever, sneller geïrriteerd, geen zin meer in sport, geen puf meer voor school. Ze maakt zich zorgen om hem. Ze praat zelf ook veel met hem, maar het lijkt alsof hem dat niet genoeg helpt; “alsof we niet bij de kern komen, bij de angel ofzo”.

Als Kevin bij me komt vindt hij het moeilijk om te praten. We spelen een spel met vragen en doe-kaartjes, waarmee we rustig aan zijn ‘levensgebieden’ verkennen. Omdat ik ook meedoe en ook over mezelf en de kinderen die ik ken vertel, omdat er ook gekke opdrachten tussen zitten en ook onderwerpen aan bod komen die niets met nare gevoelens te maken hebben, ontspant hij zich meer en wordt het makkelijker om te vertellen. We kijken naar school (het leren, contact met docenten en klasgenoten, de motivatie), vriendschappen, het contact met zijn oudere broer en jongere zusje, hobby’s en sport, zijn thuis (“ik heb er nu twee”), de band met zijn ouders, zijn ideeën over de toekomst.

Al spelende wordt het steeds duidelijker op welke gebieden het goed gaat en waar dingen niet fijn gaan.
De keer erop vraag ik hoe het zit met de huilbuien. Heeft hij enig idee waar al dat verdriet vandaan komt? Of is het wellicht niet alleen verdriet? Kevin vertelt dat hij het niet echt weet. Hij weet wel dat het vaak begint met frustratie of irritatie en dat er dan al heel snel tranen volgen. Meestal kleine aanleidingen, “Het slaat eigenlijk nergens op dan”. Hij vindt het stom dat het gebeurt en dat hij zelf niet snapt waarom die tranen steeds komen. Ik vraag of we over de scheiding kunnen praten. Dat is wel oké.

 

We tekenen een lijn van zijn geboorte tot nu en plaatsen daar allerlei gebeurtenissen op. Vooral in de laatste 2 jaar is er veel gebeurd; de scheiding (ik hoorde het net voordat ik in groep 8 op kamp ging), overgang naar de middelbare school, een verhuizing, beide ouders een nieuwe partner… Ik zie aan Kevin dat het hem meer overzicht geeft, deze lijn waarop alle gebeurtenissen een plek krijgen en aandacht als we ze langs lopen.

Terwijl we tekenen, schrijven en praten, 
zie ik kleine veranderingen in Kevins houding en gezichtsuitdrukking. Ik vraag of hij het zelf ook merkt, dat hij een beetje in elkaar krimpt als het gaat over de vriend van moeder en dat hij zijn kaken meer op elkaar klemt. Hij haalt zijn schouders op en begint wat onverschillig te vertellen over Ben, de man voor wie zijn moeder bij zijn vader wegging.

 

“Ik had bij voorbaat al een hekel aan hem, hij had mijn moeder afgepakt. Ik wilde hem niet zien en niks van hem weten, maar, omdat mijn moeder geen ander huis had, gingen we bij hem wonen en moest ik wel. Ik zag mijn vader alleen 1 keer in de 14 dagen een weekend en miste hem heel erg. Mijn vader was kapot van de scheiding en was dan vaak stil en ver weg met zijn gedachten. Hij dronk ook veel, dus die weekenden waren niet zo fijn…. Ben liet me met rust, hij was er wel, maar ik hoefde niets met hem. Later bleek dat hij heel goed was in wiskunde, mijn rampvak, en dat hij ook van mountainbiken houdt. Ik trok steeds meer naar hem toe, hij hielp met wiskunde en we fietsten soms”.

Terwijl hij vertelt klaart zijn gezicht op. Leuke herinneringen komen langs. Maar dan toch weer die gespannen kaak. “Juist als we het goed hadden, ging ik vaak opeens heel lullig tegen hem doen. Ik weet niet waarom, dan verklootte ik het voor mezelf”. Ik opper of hij zich misschien schuldig voelde naar zijn vader? Kevin valt stil, hij kijkt wat stug voor zich uit. “Ik wil nu wel naar huis, ik heb morgen een toets en moet nog leren, oké?” Natuurlijk mag hij gaan… hier moet hij even alleen op kauwen, er is blijkbaar iets geraakt.

De week erop vertelt hij dat de coaching niet helpt, hij heeft nog veel meer huilbuien gehad dan anders! Voorzichtig stuur ik naar het onderwerp Ben. Dan komen de tranen; hij had zich nooit gerealiseerd dat hij zo stom tegen Ben deed omdat hij zich schuldig voelde naar zijn vader. En dat hij in de weekenden bij zijn vader dan extra zijn best ging doen om die op te vrolijken. Kevin stopt, maar ik voel dat er nog veel meer zit. We tekenen een ‘woordspin’ waar we opschrijven wat er allemaal met elkaar te maken heeft, en wat indruk heeft gemaakt. Kevin tekent graag, dus hij maakt ook een tekening van zijn gezicht zoals hij ervan buiten uit ziet. Op de achterkant van het papier tekent hij hoe hij er van binnen uit ziet, dat wat anderen niet zien.

De week erop belt Kevin af, hij heeft een sportdag op school. De week daarop komt hij binnen met: “Ik heb je nog helemaal niet vertelt van de vriendin van mijn vader. Wat een trut is dat zeg! Ze behandelt me alsof ik een klein kind ben!” Hij praat en praat en ik stel af en toe een vraag. Langzaam komt hij tot de kern; hij baalt van deze vriendin, want zijn vader is sinds haar komst wel weer vrolijker en hij drinkt niet meer. Terwijl Kevin zo zijn best deed om hem op te vrolijken en dat nooit is gelukt. Hij kan ook zien dat het fijn is voor zijn vader dat de vriendin er nu is. Helaas is de vriendin ook een wat moederlijk type, met jongere kinderen, en betuttelt ze Kevin te veel naar zijn smaak. Nadat we samen uitrafelen wát ze nou precies doet wat hem zo stoort, bedenken we hoe hij dit bespreekbaar kan maken bij zijn vader en de vriendin. Eng, maar hij gaat het wel doen!

Tijdens het volgende contact komt de dieperliggende aap uit de mouw. De relatie met Ben en zijn moeder is na anderhalf jaar gestopt. Moeder is met de kinderen naar een ander huis vertrokken. Kevin mist Ben heel erg, maar daar zit het grote verdriet niet. Kevin voelt zich schuldig. Hij deed zo lullig tegen Ben altijd, misschien is hij daarom wel weggegaan. Had hij nou maar normaal gedaan en aan Ben laten weten hoe tof hij ‘m vond. Zijn moeder vond het heel erg dat de relatie stuk ging, dus hij voelt zich ook schuldig naar haar. Als hij nou maar…. Verdriet tot in zijn tenen! Intussen zijn ze een half jaar verder, maar dit zit hem zo dwars… We onderzoeken wat hij wil en wat hij nodig heeft. We maken met vellen papier een pad op de grond die symboliseert welke stappen hij wil maken en wie hem daarbij kan helpen. Grote stappen hakken we in stukken, zodat het overzichtelijk en haalbaar blijft.

 

In de periode die volgt gaat Kevin aan zijn moeder vragen waarom de relatie met Ben eigenlijk is uitgegaan. Zoals verwacht had dit niets met het gedrag van Kevin te maken. Dit luchtte hem enorm op. Hij heeft gepraat met zijn vader; over zijn schuldgevoel in die tijd en gevraagd of zijn vader het hem kwalijk neemt dat hij weleens met Ben ging mountainbiken. Ook het gesprek met vader en vriendin vindt plaats. Vader neemt contact op met mij; zijn vriendin en hij willen eigenlijk wel een gesprek met mij; zijn vriendin wil eigenlijk wel eens praten over wat ze nou wel en niet van Kevin mag verwachten. Intussen is moeder ook al een keer bij mij geweest.

 

Stap voor stap ontstaat er meer openheid naar elkaar,
meer begrip voor de innerlijke strijd van Kevin.
De neuzen gaan een beetje dezelfde kant op.
Kevin zit beter in zijn vel en krijgt ook meer steun van zijn ouders.
Hij kan nu met hen praten over de dingen waar het echt over gaat, want hij snapt zichzelf nu beter en schaamt zich niet meer voor die gedachten en gevoelens.

 

 

 

 

Tijdens het laatste gesprek (“Marion, volgens mij kunnen we wel stoppen hoor, het is geloof ik wel klaar”) komt Ben nog ter sprake. Wil Kevin nog iets met Ben? Já dat wil hij heel graag, maar hij durft het niet. “Ben zit echt niet op mij te wachten ofzo….” Wat zou je willen doen Kevin? Een appje sturen of hij het leuk vindt om een keer te fietsen. Oké, en dan? We gaan de verschillende mogelijkheden af; stel hij wil niet/ stel hij wil wel. Als hij wel wil durft Kevin niet alleen… Hij bedenkt dat hij zijn vriend mee kan vragen, deze ging vroeger ook wel mee fietsen.

Met een beetje doorvragen hier en daar en een beetje steun, stapt Kevin met zijn plan onder zijn arm naar buiten. “Bedankt voor alles Marion”, het is goed hoor Kevin, laat je nog eens wat van je horen? En succes!!

Een maand later ontvang ik een app van Kevin. Met een foto.
Vaag en bewogen, maar als ik goed kijk zie ik een man en een jongen op een mountainbike.
Ik word er even stil van.
Hij heeft het gedaan! Ik ben trots op hem en blij dat hij zijn stappen zet.
De rest van de dag gaat de glimlach niet meer van mijn gezicht.

Marion Ruiter

Kinderpsycholoog.